ZEELAND RUNNING
INSPANNINGS-LACTAATTEST
Om een goed schema te kunnen maken moet je weten wat je hartslagzones zijn. Door middel van deze lactaattest kunnen die worden bepaald.
MEETMETHODES
De Aerobe en Anaerobe drempels kunnen op verschillende manieren worden bepaald:
- VIAD (Vermoedelijke Individuele Anaerobe Drempel): Bij deze test loop je 6 blokjes van 3-5 minuten met oplopende snelheden waarbij je na elk blok je hartslag meet. Na elk blokje wandel je 1 minuut en dan meet je opnieuw hartslag. Wanneer na de rust van 1 minuut de hartslag hoger blijft dan na de eerste rust dan heeft men vermoedelijk al boven anaerobe drempel gelopen.
- Oxycon of Ademgasanalyse: deze veelvuldig in laboratoria ingezette testmethode meet de zuurstofopname en de koolstofdioxide-uitademing. Daar waar beide in evenwicht zijn ligt het omslagpunt. Groot nadeel van de test is dat je met een kapje voor de mond moet lopen, wat nogal claustrofobisch kan aanvoelen. Een ander nadeel is dat de testapparatuur nogal gevoelig is. Om die reden kiezen veel testcentra voor het afnemen van deze test op een fiets. Maar de relevantie voor lopen is er dan natuurlijk niet. Het veel genoemde maximale zuurstofopnamevermogen (VO2max) waarmee u naar huis gestuurd wordt, is verder niet bruikbaar. Voor een sport als hardlopen is het namelijk veel belangrijker wat uw zuurstofopnamevermogen in het submaximale bereik van uw loopvermogen is. Mogelijk geeft de VO2max-waarde aan hoeveel aanleg u hebt maar voor uw training heeft u er weinig aan. Tenslotte is deze test vrij prijzig wat komt door de gebruikte apparatuur(spirometer).
- NIRS (Near Infra Red Spectrum): bij deze stappentest op de loopband wordt door middel van een NIRS sensor (TrainRed) het zuurstofgehalte in de spier bepaald. De sensor meet continu en bij het punt waarbij het zuurstofpercentage drastisch zakt ligt de anaerobe drempel.
- Lactaattest: Een stappentest waarbij naast de hartslag ook het lactaat wordt geregistreerd. Lactaat is het afvalproduct van de anaerobe verbranding van koolhydraten. Het anaerobe omslagpunt zou liggen bij een veelbesproken 4 mmol lactaat in het bloed. Een lactaattest betekent dan ook dat er bloed geprikt moet worden. Door na elke stap een druppeltje bloed op een teststrookje te vloeien kan extra inzicht worden verkregen in de fysieke processen tijdens de test. Lactaatmeting wordt in de hardloopwereld veelvuldig gebruikt door professionals, zelfs bij trainingen in het veld of op de baan.
Bij Zeeland Running maken we gebruik van de lactaatmethode of eventueel de NIRS methode.

Aerobe / Anaerobe drempels
Om een persoonlijk hardloopschema te kunnen maken is het noodzakelijk te weten wat de juiste tempo’s zijn die je moet lopen en in welke hartslagzones. Elke keer dezelfde snelheid en afstand geeft geen prikkels om te verbeteren. Variatie is hierbij de sleutel. Het is daarom belangrijk te weten wat je hartslag/vermogen is bij de aerobe en anaerobe drempels. Tijdens het hardlopen boven de aerobe drempel(2mmol) maakt je lichaam lactaat (melkzuur) aan wat ook meteen wordt afgebroken. Hoe harder je loopt, hoe meer lactaat wordt aangemaakt. Stijgt het lactaatniveau boven een bepaald niveau (anaerobe drempel AND 4mmol), dan loop je spreekwoordelijk in de verzuring. Je lichaam kan het lactaat dan niet meer voldoende afbreken. Als langeafstandsloper train je meestal onder deze drempel, die overigens heel persoonlijk is.
Test protocol
Vooraf aan de test, die op de loopband wordt gedaan, krijg je een hartslagmeter, een SMO2 meter en een Vermogensmeter op je lichaam. Daarna zal je in blokken van een aantal minuten, met een steeds oplopende snelheid, de test gaan lopen. Na elk blok wordt er even stil gestaan en een druppeltje bloed afgenomen dmv een prikpen. Hiermee wordt lactaat gemeten op dat moment. Dit proces herhaalt zich net zo lang als jij kunt volhouden. Na de test wordt ook nog een sample afgenomen. Alle meetgegevens van lactaat, snelheid, SMO2, Vermogen en hartslag worden verzameld en daaruit kunnen de aerobe(VT1) en anaerobe(VT2) drempels worden bepaald evenals de hartslagzones



